KGOKK.BE | KONINKLIJKE GESCHIED- EN OUDHEIDKUNDIGE KRING VAN KORTRIJK
Menu
De zwikken van de Kortrijkse Gravenkapel

Klein beeldhouwwerk

uit de late middeleeuwen

De zwikken van de Kortrijkse Gravenkapel


Opnames tijdens het 3D-scannen van de zwikken, met dank aan Pierre Peeters van Wapica


Fragment uit de Focus – WTV reportage over het 3D-scannen van de Zwikken.


Audio-gids met informatie over de Gravenkapel en de zwikken voor bezoekers met een visuele beperking.


Een zwik is een gebeeldhouwde versiering in de bovenhoek van een nis. De Gravenkapel telt 51 nissen met de portretten van de Vlaamse graven van Vlaanderen. Boven elk portret zit er links en rechts een zwik, 30 x 30 x 50 cm groot, in hoog reliëf. Dat betekent dat we er in totaal 102 hebben! En als je beseft dat ze dateren uit 1372, sta je toch even versteld van zoveel artistieke rijkdom.De O.-L.-Vrouwekerk dateert, in haar eerste vorm althans, van 1203. Meer dan anderhalve eeuw later, in 1370, besloot Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, aan de zuidkant ervan een kapel aan te bouwen. Ze zou zijn grafmonument herbergen. De hele kapel moest een juweeltje worden, iets in de trant van de Sainte-Chapelle in Parijs. Voor het ontwerpen van zijn grafmonument, sprak Lodewijk de beste kunstenaars aan, ondermeer de beroemde beeldhouwer André Beauneveu. Aan hem danken we het prachtige albasten van de H. Catharina. Ook voor de versiering van de kapel zocht de graaf de beste vakmannen. Jammer, maar wie deze 102 zwikken heeft getekend en gebeiteld, weten we (nog) niet. Maar het moeten knappe vakmannen geweest zijn. Bedenk dat deze Kortrijkse beeldjes blijkbaar model gestaan hebben voor de versiering in tal van gotische kerken en kapellen in Brabant, zoals in de Sint-Martinuskerk in Halle en de Zavelkerk in Brussel.

Oorspronkelijk waren ze polychroom, maar nu zien we ze onder een laagje goudverf, aangebracht bij de restauratie van de kapel eind de jaren 1860.

Het mag bovendien een wonder heten dat we vandaag, meer dan zeshonderd jaar later, nog volop kunnen genieten van deze sierlijke beeldhouwwerkjes. Ze overleefden de plundering van Kortrijk door Franse huurlingen na de slag bij West-Rozebeke (1382) en de Beeldenstorm door de Gentse Calvinisten (1578); ze ontsnapten aan de sloop waarmee de Franse Revolutie (1789) alle niet-parochiale heiligdommen bedreigde en ze bleven gespaard toen de kerk getroffen werd tijdens de bombardementen in 1944. Deze 102 zwikken vormen als het ware een lang stenen stripalbum, bedoeld tot lering en vermaak van de gelovigen. Het gaat wel niet om één doorlopend verhaal. We tellen acht reeksen, met elk een eigen thema. Elke reeks – op de laatste na – zit gevat tussen twee pijlers en telt 8, 10, 12 of 18 beeldjes. De eerste reeks begint links van het altaar, de laatste eindigt naast de huidige inkomdeur. Vier ervan brengen een samenhangend verhaal. Het eerste verhaal, rechts van het altaar, is profaan: het gaat om scènes uit een ridderroman. Je vindt zo de twee zwikken (35 en 40) met op elkaar aanstormende ruiters. Op de zuidermuur zie je drie religieuze reeksen: de mirakels van Sint-Nicolaas; bv. het mirakel van de drie kinderen die de slager had gedood (52 en 53); het leven van de H. Maria en het kind Jezus (de Geboorte (58), de Kindermoord (62 en 63), de Vlucht naar Egypte (64), enz.); het levensverhaal van de H. Willibrordus. Deze reeks loopt door op de westelijke muur. Hoe de H. Willibrordus, een Ierse monnik die nooit in Vlaanderen missioneerde, hier zo’n ruime aandacht kreeg (18 zwikken!), is een verhaal apart dat we pas kennen sedert de publicaties van pastoor Jan Decuypere (De Leiegouw, 1962).

Vier andere reeksen hebben een wat vage thematische eenheid, meestal met moraliserende strekking. In deze reeksen komen nog al wat “hybriden” voor: figuren die half mens half dier zijn, zoals een zeemeermin, een centaur, enz. Met deze beelden wilde men de gelovigen diets maken dat de zondige mens terug glijdt tot het dierlijk niveau. Zo toont een monnik met het achterlijf van een paard en vaag gesuggereerde genitaliën, wat geilheid aanricht (18). Ook gekroonde en gemijterde koppen krijgen soms dierlijke attributen. Kijk eens naar de laatste zwik (n° 102), naast de deur: je ziet een gemijterde bisschop, met vleermuisvleugels en klauwen. De boodschap is duidelijk: hoogmoed maakt machtigen soms tot monsters van de duisternis! De middeleeuwse clerus had blijkbaar geen probleem met zelfcensuur!

De beste beschrijving van deze zwikken tot hiertoe was van de hand van Luc Devliegher,“De Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk” (1973). Maar veel verder dan een beschrijving van de plaatjes kwam hij niet. Em. prof. dr. Vic Nachtergaele, voormalig rector van de KULAK, en lid van Onthaal en Info van de O.-L.-Vrouwekerk en van de KGOKK, vroeg zich af of men meer kon achterhalen over de betekenis en de achtergrond van dit fraai klein beeldhouwwerk. Naderhand werd het duidelijk dat de hulp en kennis van een specialist ter zake onontbeerlijk was. Dr. Ronald Van Belle, iconoloog, was graag bereid zijn kennis ten dienste te stellen. Deze samenwerking leidde tot de studie die nu voorligt in de Handelingen 2016 van de KGOKK en tot het colloquium dat plaatsvond op 21 oktober 2016.